Selecteer een pagina

English: scroll down

Zingen tegen de modderstromen

Na een ontspannen ontbijtbuffet pakken we rustig onze spullen. Om tien uur start de motor van de bus. Ik zit weer op mijn vertrouwde plek, vlak voor de energieke jongelui uit Libanon die met hun ritmische trommels en gezang de stemming er meteen in brengen.

In de bus
Uitzicht op de binnenplaats
Binnengalerij met bogen

We kunnen niet over de hoofdweg: die staat blank door de recente overstromingen. We wijken uit naar een alternatieve route die er net zo gehavend bij ligt. Brokken asfalt zijn weggeslagen en modder ligt in dikke plakken over het wegdek. Op een gegeven moment stuiten we op een gigantische plas water die de doorgang verspert. Assis, onze buschauffeur, geeft geen krimp. Behoedzaam en met meesterlijke stuurmanskunst manoeuvreert hij ons gevaarte dwars door de overstroming heen.

Feestmaal van een trotse moeder

Rond lunchtijd worden we verwelkomd bij de familie van Ali. Wat er op tafel verschijnt, is pure culinaire verwennerij: gescheurde pannenkoekjes bestrooid met kokos en amandelen, een rijke tulband van broodpudding met chocoladesaus, een dampende, kruidige bonen- en kikkererwtenstoof in tomatensaus, en delicate flensjes gevuld met notenhummus. Dit alles is met liefde bereid door Ali’s moeder. Als we haar naar buiten roepen, ontvangt ze met een stralende, ietwat bedeesde glimlach ons uitbundige applaus.

Eettafels buiten
Tuin met gele schuttingen
Rowan met kat

De oase en het zwaard van Stefan

Ali leidt ons trots rond over zijn landgoed. De bodem is bedekt met een dikke mulchlaag van versnipperde palmtakken, waartussen olijfbomen, granaatappelstruiken en vijgen welig tieren. Een aanhankelijke witte kat eist van werkelijk iedere reiziger een aai op. De tuin is opgedeeld in ingenieuze vakken met aarden dijkjes eromheen, zodat het irrigatiewater via goten over de percelen kan vloeien en de tijd krijgt om in te trekken. Het resultaat is een opvallend tapijt van frisgroen gras.

Tussen de bomen vindt zevenjarige Stefan een reusachtige, afgevallen palmtak die sprekend op een mammoettand lijkt. Na een vurig zwaardgevecht met zijn vader Denis verklaart hij de reuzentand tot ultieme trofee; hij sleept hem mee naar de bus, waar het gevaarte een ereplek krijgt in het bagageruim.

Stefan knuffelt kat
Man legt iets uit
Wastafel buiten

De gifader in het spoor

Dan neemt Ali ons mee naar de berg om de rauwe werkelijkheid van het gebied te tonen. Wederom heeft het water toegeslagen: een deel van de weg is weggespoeld, waardoor we met de bus door een rivierarm moeten waden. Geholpen door de aanwijzingen van Ali en een groep mannen die de pas bewaken, loodst Assis ons centimeters voorbij gevaarlijke rotsblokken. Wanneer de wielen weer vaste grond raken, klinkt er een luid gejuich door de bus.

Gif in de rivier
Vergiftigde rivier

We rijden de helling op tot aan een verlaten spoorlijn. Er rijdt geen trein meer; de rails liggen bedolven onder aangespoelde modder, zie ik. We volgen het spoor te voet door twee donkere tunnels. Ik heb het reisdoel even gemist en weet niet hoe lang deze tocht duurt, maar met water in mijn rugzak, stevige wandelschoenen aan en mijn hoed op het hoofd deins ik nergens voor terug. Biels voor biels stap ik voorwaarts in de kunst van het niet weten.

Spoortunnel

Sluipmoordenaar in de bodem

Voorbij de tunnels kijken we neer in een diepe rivierbedding. Ver beneden ons ligt een zware waterbuis die door de recente watervloed middendoor is gebroken. Ali wijst de boosdoener aan: vlak vóór deze breuk loost een fosfaatfabriek haar giftige afvalwater in de rivierbedding. Door de breuk stroomt dit zwaar vervuilde water nu rechtstreeks de toevoerbuis van de oase in. Het ravijn is te steil om af te dalen en de schade te herstellen. Het grijpt me naar de keel als ik denk aan de paradijselijke oase waar we net vandaan komen. Bomen en planten ogen nu nog krachtig en vitaal, maar de sluipmoordenaar baant zich al een weg door de bodem. Even verderop liggen de betonnen brokstukken van wat ooit een brug was. Een klein zwart-wit vogeltje, een witkruintapuit, vliegt plotseling op en strijkt nieuwsgierig neer op een kale rotsrichel boven ons, alsof hij zwijgend getuige is van het menselijk onvermogen.

Ravijn

Grauwe stenen en verwaarloosde acacia’s

Weer terug in de bus zetten we koers richting de kust. Terwijl we door provinciesteden rijden, dringt de schaduwzijde van het binnenland zich op: kilometers aan onafgewerkte, ongepleisterde huizen van ruwe, bruine bouwblokken. Toch bruist het er van het leven; kinderen spelen op stoffige straathoeken, wasgoed wappert aan stalen betonijzers en her en der staat een verweerde auto geparkeerd. Overal ligt zwerfafval in ontstellende hoeveelheden opgehoopt.

Langs de wegen staan plantsoenen vol grillige, schots en scheef gegroeide acacia’s. Ooit door het Franse koloniale bestuur aangeplant als snelle vergroening, maar ecologisch gezien sluiten ze nergens bij aan. Ze leveren nauwelijks bruikbaar brandhout en wortelen zonder functie in het landschap. Niemand lijkt om de bomen te geven; de struiken fungeren vooral als trieste opvangnetten voor rondwaaiend plastic.

Zwerfafval
Afval op straat

De oneindige leegte en de scheve balans

Urenlang doorkruisen we weidse, desolate vlaktes tussen getande bergketens. Dit zijn oude geologische bekken, duizenden jaren geleden uitgestrekte zoetwatermeren toen de Sahara nog groen en waterrijk was, nu droge zout- en leemwoestijnen.

We stoppen op een plek die op de Sahara lijkt om even uit te rusten. Het is er prachtig, met veel bloemen.

Wegwijzer
In de keuken
Toiletten
Mieke bij een overgroeide poort

Wat me opvalt zodra we weer in de kilometerslange olijfboommonoculturen terechtkomen, is de totale afwezigheid van weelde: nergens zie je statige landgoederen of luxe villa’s. De pijnlijke sociaaleconomische werkelijkheid van Tunesië tekent zich hier af. Terwijl de rijke elite zich terugtrekt in mondaine kuststeden en de opbrengsten van de fosfaatmijnen en olijven naar de hoofdstad vloeien, blijft het binnenland berooid achter.

Baken in de nacht

Tegen de avond stoppen we bij een eenvoudig wegrestaurant waar uitsluitend mannen welkom blijken bij het sanitair. Gelukkig hoef ik niet. We vervolgen onze weg over een asfaltlint dat door kuilen en verzakkingen meer wegheeft van een hobbelig karrenspoor; de zandpaden van de Sahara voelden comfortabeler. Buiten zakt de schemering over het landschap. Aan de paarse hemel licht een bijna volle maan op. Een baken in de nacht, dat precies vol zal zijn tijdens onze gezamenlijke slotbijeenkomst.

Als we moe en vermoeid aankomen bij het hotel, wacht ons een buitengewoon luxe diner. Achter elkaar krijgen we soep, salade, brik, een pepermix (heet!!!), pasta met tonijn, vis met patat en fruitsalade. We kunnen vanwege de vermoeidheid en het late uur maar een deel van het geweldige diner op. Dan kunnen we in onze gezellige hotelkamer met smal bed voor 2 en uitzicht op de zee onze dag afsluiten. Ik droom van gezamenlijke projecten en de geboorte van iets nieuws. Wat dat zal zijn, zal zich gaan ontvouwen.

* – * – *

This is the English version of this article:

​Broken Pipes and the Shadow of Phosphate: Journey Through a Scarred Interior

​Singing Through the Mudflows

​Following an unhurried breakfast buffet, we gather our belongings at a relaxed pace. At ten o’clock, the coach engine rumbles to life. I settle into my familiar seat just in front of the spirited youth from Lebanon, who immediately set the tone with rhythmic drumming and joyful singing. The main motorway is impassable, submerged beneath recent floodwaters, so we divert onto a secondary route that has fared no better. Slabs of tarmac have been torn away, and thick layers of mud cling to the road surface. Before long, we encounter an immense flooded expanse blocking our passage. Assis, our coach driver, does not flinch. With remarkable calm and masterly precision behind the wheel, he navigates our heavy vehicle straight through the deluge.

​A Feast Prepared by a Proud Mother

​Around lunchtime, we are warmly welcomed by Ali’s family. What appears on the table is an absolute culinary indulgence: torn pancakes dusted with desiccated coconut and flaked almonds, a rich bundt ring of bread pudding drizzled with chocolate sauce, a steaming, aromatic bean and chickpea stew in a spiced tomato broth, and delicate thin crêpes filled with nutty hummus. Every dish has been prepared with tender care by Ali’s mother. When we invite her outside to join us, she accepts our thunderous applause with a radiant, slightly bashful smile.

​The Oasis and Stefan’s Sabre

​Ali proudly guides us through his family estate. The ground is carpeted with a generous mulch of shredded palm fronds, amidst which olive trees, pomegranate shrubs, and fig trees flourish vigorously. An affectionate white cat makes a point of demanding a gentle stroke from every single traveller. The garden is cleverly divided into sunken beds bounded by low earthen berms, allowing irrigation water to flow through stone-lined channels across the plots and soak deeply into the soil. The result is a striking lawn of vibrant green grass.

Amongst the trees, seven-year-old Stefan discovers a colossal, fallen palm frond bearing an uncanny resemblance to a mammoth tusk. Following a spirited sword duel with his father Denis, he declares the giant tusk his ultimate prize; he hauls it all the way to the coach, where it is awarded pride of place in the luggage hold.

​The Toxic Artery in the Railway Track

​Ali then leads us up the mountain to confront the unvarnished reality of the region. Once again, water has left its violent mark: a section of the road has completely collapsed, forcing our coach to ford a surging river tributary. Guided by shouted signals from Ali and a group of local men guarding the pass, Assis steers us mere inches clear of hazardous boulders. When the tyres finally grip dry ground once more, a collective cheer erupts through the coach.
​We wind up the hillside towards an abandoned railway line. No trains run here any longer; the tracks lie half-buried under deposits of washed-out silt. We trace the railway line on foot through two pitch-black tunnels. Having missed the explanation of our destination, I have little idea how long the trek will take, yet with water in my rucksack, sturdy walking boots on my feet, and my sun hat firmly in place, I stride forward undeterred. Sleeper by sleeper, I step into the art of not knowing.

​Beyond the tunnels, we peer down into a cavernous ravine. Far below rests a heavy water main, severed clean in two by the recent flash floods. Ali points out the underlying tragedy: just upstream from this fracture, a phosphate processing plant discharges its toxic industrial effluent directly into the dry riverbed. Because the pipe has burst, this severely contaminated water now pours straight into the irrigation feed supplying the oasis downstream. The canyon walls are far too precipitous to climb down and effect repairs. A knot tightens in my stomach as I picture the paradisiacal food forest we left only hours ago. The trees and crops appear robust and full of vitality today, yet the silent poison is already seeping into the living soil. A short distance away lie the shattered concrete pillars of an old bridge. A small black-and-white bird—a white-crowned wheatear—flits onto a bare limestone ledge above us, perching inquisitively, a silent witness to human short-sightedness.

​Raw Brick and Neglected Acacias

​Back aboard the coach, we steer our course towards the coast. As we pass through regional market towns, the shadow side of the interior becomes impossible to ignore: row upon row of unfinished, unrendered breeze-block houses. Yet life bustles vibrantly through every street; children play on dusty street corners, laundry flutters from protruding iron reinforcement bars, and sun-bleached cars line the pavements. Throughout it all, litter lies accumulated in disheartening quantities.

​Along the roadsides stand municipal plantations of warped, sprawling acacia shrubs. Originally introduced under French colonial administration as an expedient greening measure, ecologically they belong nowhere in this landscape. They produce virtually no usable firewood and offer little fodder, taking root as functional orphans. Nobody tends to them; the branches serve primarily as mournful catchment nets for windblown plastic bags.

​Desolate Plains and Deep Disparities

​For hours on end, we cross vast, desolate plains hemmed in by serrated mountain ridges. These are ancient geological basins—sprawling freshwater lakes millennia ago during the Green Sahara periods, now reduced to parched salt and clay pans.

What strikes me as we re-enter the endless monoculture olive groves is the utter absence of visible prosperity: nowhere do you see stately homesteads or comfortable farm villas. The stark socio-economic divide of Tunisia is laid bare here. Whilst the wealthy elite retreat to cosmopolitan coastal enclaves and the revenues from phosphate mining and olive oil exports drain away to the capital, the rural interior is left economically stripped.

​Towards evening, we halt at a humble roadside café where only men are permitted access to the washrooms. Fortunately, I have no need of them. We resume our journey over a ribbon of tarmac so pocked with potholes and subsidence that it resembles a rutted cart track; the desert sands of the Sahara offered a far smoother ride. Outside, twilight settles gently over the land. Against the violet evening sky, an almost full moon glows bright—a beacon in the dark that will reach its peak during our final gathering.

​Exhausted, we finally reach our coastal hotel, where an exceptionally lavish dinner awaits us. In swift succession, course after course arrives: soup, fresh salad, crisp brik, a fiery harissa and pepper relish, pasta with tuna, fried fish with chips, and a fresh fruit bowl. Overtaken by fatigue and the late hour, we manage only a fraction of this feast. At last, we retire to our cosy hotel room, resting in a snug double bed overlooking the open sea. I drift off to sleep dreaming of shared ventures and the emergence of something entirely new. What that will be will gently reveal itself in its own time.

Ruimte voor groei en vernieuwing

Ruimte voor groei en vernieuwing

In een tijd waarin alles lijkt te versnellen, er veel onduidelijk is en soms overweldigend kan voelen, waarin je kompas niet meer duidelijk wijst – én waarin je voelt dat ‘business as usual’ niet meer werkt – nodig ik je uit om juist te vertragen. Want eenmaal bewust...