English: scroll down
De wekker gaat om half zeven. Snel onder de douche: een heerlijk warme, krachtige straal en grote, zachte witte hotelhanddoeken. Het laatste zand van de Sahara spoelt uit mijn haar; ik voel me weer helemaal klaar voor een nieuwe dag. Het ontbijtbuffet is net zo overdadig als het avondeten van gisteren. Er staan verschillende soorten vijgenjam, een rijke notenspread, eieren, verse broodjes, pannenkoekjes, salade, olijven en zelfs yoghurt met cruesli. Omdat de tijd dringt en ik ’s ochtends nooit een grote eter ben, houd ik het bescheiden: een pannenkoekje met vijgenjam en een eitje. Nog snel een sappig stuk watermeloen meegegraaid, en we lopen naar buiten waar een stoet 4×4’s al met draaiende motoren klaarstaat.
De wagens brengen ons naar een spectaculair uitzichtpunt. Officieel stoppen we er alleen voor een snelle foto, maar we steken toch even over. Aan de overkant openbaart zich een indrukwekkend landschap van diepe erosiegeulen en droge rivierbeddingen die hier ooit stroomden. “Soms komen ze nog tot leven,” vertelt Elyes, “als de regen met bakken uit de hemel valt.”
Het spookdorp van Tamaghza
Even later stoppen we hoog boven het dal en kijken we uit op de verstilde ruïnes van het oude bergdorp Tamaghza. Ooit een levendige gemeenschap, tot een ongekende natuurramp in 1969 toesloeg: het regende tweeëntwintig dagen onafgebroken. In een woestijnregio waar de kurkdroge aarde nauwelijks water absorbeert, leidde dit tot apocalyptische modderstromen en nietsontziende overstromingen. De traditionele lemen huizen van het eeuwenoude dorp losten letterlijk op in de vloedgolf of stortten met donderend geraas in.
Toch gaat de geschiedenis van deze plek vele millennia terug. De Berbers (Amazigh) vestigden zich hier ooit vanwege de permanente aanwezigheid van helder bronwater in een verder meedogenloze omgeving. In de Romeinse tijd werd de nederzetting uitgebouwd tot een strategische grenspost: Ad Turres (de torens), onderdeel van de befaamde Limes Tripolitanus, die het Romeinse Rijk beschermde tegen nomadische stammen uit de woestijn. Eeuwenlang woonden Berberse families hier tegen de rotswanden in huizen van leem, steen en palmtakken, levend van landbouw op vruchtbare terrassen.
De verborgen kloof en een reinigend bad
Onze tocht voert ons dieper het ruige Atlasgebergte in, vlak langs de Algerijnse grens. Tamaghza is de grootste bergoase van Tunesië, en het landschap is adembenemend ruig: diepe, door water uitgesleten canyons met grillige rotswanden in warme tinten oker en goud. Omdat Mieke een pijnlijke, gewonde teen heeft en niet door het water kan waden, blijf ik gezellig bij haar. Terwijl de rest van de groep de diepe kloof intrekt, neuzen wij rond in een lokaal souvenirstalletje.
In de diepte van de canyon openbaart zich intussen een groen mirakel: helder bergwater stroomt tussen de rotsblokken die zich dapper vastklampen aan de steile wanden. Hasan en Joe laten deze kans niet aan zich voorbijgaan en nemen een verfrissende duik recht onder de waterval, zowel intern als extern gereinigd keren ze weer boven bij ons terug.
Het groene wonder van Chebika
Vanaf Tamaghza rijden we door naar Chebika, poëtisch bezongen als Qasr el-Shams (het Kasteel van de Zon). Dit oude, verlaten stenen dorp klampt zich vast aan de flank van een steile bergkam. Waar de kloof opensplijt, ontspringt een kristalheldere bron die als een groene levensader door een weelderig lint van dadelpalmen vloeit. Het contrast is bijna surrealistisch: aan de ene kant de meedogenloze, zonovergoten leegte van een uitgedroogde prehistorische zee en kale rotspunten, aan de andere kant het kalme kabbelen van bergwater en de intense frisheid van de oase.
De oase functioneert als een rijk voedselbos vol vijgenbomen, abrikozen en dadelpalmen met weer geheel eigen variëteiten dadels. Tussen de bomen worden na de verzengende zomerperiode volop nieuwe groenten aangeplant; waar in Nederland het moestuinseizoen op zijn einde loopt, is hier juist de start van dit seizoen. De bodem is bedekt met frisgroen gras, waardoor ik me als Hollandse direct thuis voel. Het water stroomt ingenieus door speciaal aangelegde stenen goten; door simpelweg een steen te verleggen, wordt de stroom verlegd naar een ander perceel. Na de dorre zandvlaktes van de Sahara voel je hier aan den lijve wat water teweegbrengt: water eren en diversiteit omarmen laat het landschap uitbundig floreren.
Joe vertelt dat de rondtrekkende nomaden bij toerbeurt voor de oases zorgden, een soort commons avant la lèttre. Zo floreerden de oases en kon de groep die er een paar dagen doorbracht, eten wat ze nodig hadden. Er is ook een oud recht, dat je overal waar je komt mag plukken wat je zelf op dat moment nodig hebt. Ik vind dat een mooi gebruik.
Granaatappelsap, zilver en een nuchtere boodschap
We trekken naar het dorp bovenop de berg, vlak bij de oorsprong van de rivier. Terwijl het merendeel van de groep door de oude steegjes bovenlangs naar de bron wandelt, strijken Annelieke en ik neer voor een glas versgeperst granaatappelsap. Wat een verrukkelijke, dieprode smaakexplosie; ik knap er op slag van op! Zodra Mieke en Penny aansluiten, wandelen we op ons gemak onderlangs richting de bron.
Een jongen van een souveniruitstalling schiet te hulp om ons de weg te wijzen. Hij maakt foto’s van en met ons, maar zijn bedoeling wordt al snel glashelder: hij wil niet alleen sieraden verkopen, maar droomt er vooral van om door mij meegenomen te worden naar Nederland. Nuchter houd ik hem voor dat we een woningtekort hebben en dat een gouden toekomst allerminst gegarandeerd is. Om de sfeer luchtig te houden, vraag ik naar zijn band met het water en of deze bron heilig voor hem is. Hij kijkt me bevreemd aan en antwoordt kurkdroog: “Er is water bij het café.” Zijn buurman mengt zich erin en informeert bezorgd waar mijn man toch is gebleven. Wanneer ik vertel dat die gewoon thuis in Nederland is, kijken ze me stomverbaasd aan. Gelukkig arriveert de rest van de groep net op tijd en lopen we gezamenlijk naar het café, waar onze reisleider Tallel ons trakteert op dampende, knapperige Tunesische tonijnpizza. Een feestmaal.
Terwijl wij voor de waterval poseerden, sprongen Joe en Hasan er gewoon in en lieten zich door het water verfrissen en reinigen.
Vrije kamelen op de zoutvlakte
Op de terugweg doorkruisen we opnieuw de oneindige leegte van Chott el Djerid. Tussen de glinsterende zoutkorsten vallen groepjes kamelen op die ogenschijnlijk in het wild ronddwalen. Mij wordt uitgelegd dat deze dieren een half jaar intensief werken in de woestijn, waarna ze hier zes maanden lang vrij mogen uitrusten en grazen. Ze dragen inderdaad geen touwen om de poten. Langs het asfalt waarschuwt een verkeersbord voor overstekende kamelen. Een bord dat ik thuis alleen ken met silhouetten van koeien, herten of rendieren.
Oase-gastvrijheid en bloemenpracht bij Eden Palm
We komen aan bij Eden Palm, een prachtig landgoed en kenniscentrum gewijd aan de dadelpalm en het subtiele ecologische evenwicht van de oase.
Tijdens de rondleiding door de rijke tuin worden we omringd door geurige bomen en uitbundige bloemen. Tussen het groen vallen de vurige rode trompetbloemen van bloeiende granaatappelbomen (Punica granatum) op, naast schitterende fuchsia bogen vol Bougainvillea, vrolijke trossen verkleurende wisselbloemen (Lantana camara) en lichtrose bloesems van de Chinese roos (Hibiscus rosa-sinensis). Een weelderig kleurenpalet dat krachtig afsteekt tegen de droge aarde.
Dan wacht ons een lunch die de smaken van de regio viert, vergezeld van een reeks lokale dadelproducten en een rijke selectie dadeljams. Ik ontdek een verrassende nieuwe favoriet: een hartige, aromatische tomatensaus met flink wat knoflook. Onder het koele bladerdak vallen alle indrukken van de reis op hun plek: de veerkracht van de cultuur, het vernuftige oasesysteem en het rustgevende ritme van de woestijn.
We sluiten af met een demonstratie in het ambachtelijke atelier, waar ze laten zien hoe werkelijk alles van de palmboom wordt benut en verwerkt tot natuurlijke zepen en verzorgingsproducten op basis van dadelpitolie. Helaas: doordat ik al mijn geld al enthousiast heb uitgegeven aan souvenirs bij de vorige twee bergstops, moet ik de geurige dadelzeep deze keer aan mij voorbij laten gaan.
Pootjebaden en de kracht van de cirkel
Terug bij het hotel hebben we tot half zes de tijd voor onszelf. Henderieke ligt al in het verkoelende water wanneer Annelieke en ik bij het zwembad aankomen. Stefan duikt met zijn zwembril behendig naar de bodem en dartelt om Karim heen, die rustig zijn baantjes trekt. Omdat ik mijn badpak ben vergeten, houd ik het bij pootjebaden vanaf de rand, wat na zo’n stoffige dag al heerlijk verfrissend is.
Om half zes verzamelen we in een cirkel. Waar we de allereerste dag begonnen met het uitspreken van onze intenties, delen we nu de oogst van onze ervaringen. We openen de bijeenkomst door samen de Sanskriet-mantra ‘Gaiama’ te zingen: een eenvoudige, zuivere manier om ons hart te verbinden met elkaar en met de aarde. Het is een ontroerend moment. Iedereen brengt een eigen perspectief mee, gekleurd door persoonlijke levenspaden en de maatschappelijke realiteit van het land van herkomst.
De rode draad die door alle verhalen weeft, is dankbaarheid en een diep gevoel van belonging, het besef ergens geworteld te zijn qua plek en qua community. Ik voel dat we als groep een vruchtbaar menselijk mycelium hebben gevormd, een fijnmazig netwerk waarin de transitie naar bioregionaal leven en werken tastbaar kan ontkiemen.
Helaas moeten Davida en Melissa ons al verlaten. Hun normale leven roept hen terug. We nemen afscheid en beloven elkaar online te ontmoeten bij de online bijeenkomsten van de Design School for Regenerating Earth, die ons hier bij elkaar heeft gebracht.
Dromen van weefdraden en wortels
We sluiten de avond af bij het royale dinerbuffet en trekken ons voldaan terug in de koele rust van onze hotelkamers. Nadat ik mijn blog online heb gezet, val ik in slaap met het warme besef deel uit te maken van een wereldwijde familie.
In mijn slaap droom ik van wortels en ondergrondse weefdraden. Draden die ons als mensen over continenten heen verbinden, voeden en veerkracht schenken. En ik voel helder onze gedeelde opdracht: diezelfde bedding en worteling moeten we ook borgen voor het landschap, de bomen en de planten om ons heen, zodat ook zij een volwaardige plek hebben om thuis te horen. Oases creëren, waar dan ook ter wereld, waar flora en fauna zich thuisvoelen, kunnen rusten, herstellen en floreren
* – * – *
This is the English version of this article:
Where Water is Sacred – From Mountain Oases to the Human Mycelium
Fresh Awakening and the Call of Ancient Rivers
The alarm goes off at half past six. A quick shower: wonderfully warm, great water pressure, and large, soft white hotel towels. The last traces of Sahara sand are washed from my hair; I feel completely ready for a new day. The breakfast buffet is just as lavish as yesterday’s dinner. There are various kinds of fig jam, a rich nut spread, eggs, fresh rolls, pancakes, salad, olives, and even yoghurt with granola. Since time is short and I am never a big eater in the morning, I keep it modest: a pancake with fig jam and an egg. I quickly grab a juicy slice of watermelon, and we head outside where a convoy of 4x4s is already waiting with engines running.
The vehicles take us to a spectacular viewpoint. Officially we only stop for a quick photo, but we cross the road anyway. On the other side, an impressive landscape unfolds of deep erosion gullies and dry riverbeds that once flowed here. “Sometimes they still come alive,” Elyes tells us, “when the rain pours down in buckets.”
The Ghost Village of Tamaghza
A little later, we stop high above the valley and look out over the tranquil ruins of the ancient mountain village of Tamaghza. It was once a vibrant community, until an unprecedented natural disaster struck in 1969: it rained for twenty-two days without pause. In a desert region where the parched earth barely absorbs water, this triggered apocalyptic mudflows and relentless flash floods. The traditional earthen houses of the centuries-old village literally dissolved in the deluge or collapsed with a thunderous roar.
Yet the history of this place reaches back many millennia. The Berbers (Amazigh) originally settled here because of the permanent presence of clear spring water in an otherwise unforgiving landscape. In Roman times, the settlement was expanded into a strategic frontier post: Ad Turres (the towers), part of the renowned Limes Tripolitanus, which guarded the Roman Empire against nomadic tribes from the desert. For centuries, Berber families lived here against the rock faces in dwellings of clay, stone, and palm branches, subsisting on terrace farming in the oasis.
The Hidden Gorge and a Cleansing Bath
Our journey takes us deeper into the rugged Atlas Mountains, close to the Algerian border. Tamaghza is the largest mountain oasis in Tunisia, and the scenery is breathtakingly wild: deep canyons carved out by water, with jagged cliff faces in warm shades of ochre and gold. Because Mieke has an injured, painful toe and cannot wade through the water, I happily keep her company. While the rest of the group ventures deeper into the canyon, we browse around a local souvenir stall.
Down in the depths of the gorge, a green miracle reveals itself: clear mountain water cascades between boulders clinging steadfastly to the sheer cliffs. Hasan and Joe seize the opportunity and take a refreshing dip right beneath the waterfall, returning to us cleansed both inside and out.
The Green Wonder of Chebika
From Tamaghza, we drive on to Chebika, poetically known as Qasr el-Shams (the Castle of the Sun). This ancient, abandoned stone village clings to the flank of a steep mountain ridge. Where the canyon splits open, a crystal-clear spring emerges, winding like a lush green lifeline through a ribbon of date palms. The contrast is almost surreal: on one side, the ruthless, sun-drenched void of a dried-up prehistoric sea and bare rocky peaks; on the other, the gentle murmur of rippling mountain water and the deep, vibrant green of the oasis.
The oasis thrives as a rich food forest full of fig trees, apricots, and date palms bearing yet another unique date variety. Between the trees, after the scorching summer period, fresh vegetables are actively planted; while in the Netherlands the vegetable gardening season is drawing to a close, here it is only just beginning. The ground is carpeted with fresh green grass, which instantly makes me feel at home as a Dutch woman. The water flows ingeniously through specially carved stone channels; by simply moving a stone, the stream is redirected to another plot. After the arid sand plains of the Sahara, you physically sense what water brings forth: honoring water and embracing diversity allows the landscape to flourish abundantly.
Joe shares that wandering nomads used to tend to these oases in turns—a kind of commons avant la lettre. In this way, the oases flourished, and any group spending a few days there could harvest what they needed. There is also an ancient customary right that allows anyone travelling through to gather whatever fruit or sustenance they need in that moment. I find that a deeply beautiful tradition.
Pomegranate Juice, Silver, and a Grounded Message
We walk up to the village atop the mountain, located near the source of the river. While most of the group wanders through the old alleys along the upper trail toward the spring, Annelieke and I sit down for a glass of freshly squeezed pomegranate juice. What an exquisite, deep-red explosion of flavor; it refreshes me instantly! Once Mieke and Penny join us, we take a leisurely walk along the lower path toward the spring.
A young man from a souvenir stall steps in to guide us. He takes pictures of and with us, but his intentions soon become crystal clear: he not only wants to sell his jewelry, but dreams above all of me taking him along to the Netherlands. Grounded in reality, I gently point out that we have a housing crisis and that a golden future is by no means guaranteed. To keep the atmosphere light, I ask about his connection to the water, and whether this spring is sacred to him. He looks at me with a puzzled expression and replies dryly: “There is water at the café.” His neighbor chimes in, asking with genuine concern where my husband is. When I tell them he is simply back home in the Netherlands, they look at me in utter bewilderment. Fortunately, the rest of the group arrives just in time, and we walk together to the café, where our tour leader Tallel treats us to steaming, crispy Tunisian tuna pizza. A true feast.
Free Camels on the Salt Flat
On the way back, we cross the infinite expanse of Chott el Djerid once again. Amid the shimmering salt crusts, groups of camels catch the eye, seemingly roaming wild. It is explained to me that these animals work hard in the desert for six months of the year, after which they are allowed six months of rest and free grazing here. Indeed, they wear no tethers around their legs. Along the tarmac, a road sign warns of crossing camels—a warning sign I only know back home with silhouettes of cows, deer, or reindeer.
Oasis Hospitality and Floral Splendor at Eden Palm
We arrive at Eden Palm, a stunning estate and knowledge center dedicated to the date palm and the subtle ecological balance of the oasis.
During the tour of the verdant garden, we are enveloped by fragrant trees and vibrant blooms. Among the lush greenery, the fiery red trumpet blossoms of flowering pomegranate trees (Punica granatum) stand out, alongside magnificent fuchsia arches of Bougainvillea, cheerful clusters of shifting lantana flowers (Lantana camara), and light pink blooms of the Chinese rose (Hibiscus rosa-sinensis). A lush palette of colors contrasting sharply with the dry soil.
Afterwards, a lunch awaits us celebrating regional flavors, accompanied by a range of local date delicacies and a rich assortment of date jams. I discover a surprising new favorite: a savory, aromatic tomato sauce infused with generous amounts of garlic. Beneath the cool leafy canopy, all the impressions of this journey fall into place: the resilience of the culture, the ingenious oasis system, and the soothing rhythm of the desert.
We conclude with a demonstration in the artisanal workshop, where they showcase how every single part of the palm is used, crafting natural soaps and skincare products infused with date seed oil. Unfortunately, having eagerly spent all my cash on keepsakes at the previous two mountain stops, I have to let the fragrant date soap pass this time.
Paddling and the Power of the Circle
Back at the hotel, we have free time until half past five. Henderieke is already in the refreshing water when Annelieke and I reach the pool. Stefan dives nimbly to the bottom with his swimming goggles, frolicking around Karim, who peacefully swims his laps. Having forgotten my swimsuit, I settle for dipping my feet from the pool edge, which feels delightfully cooling after such a dusty day.
At five-thirty, we gather in a circle. Where we began on the very first day by voicing our intentions, we now share the harvest of our experiences. We open the gathering by singing the Sanskrit mantra ‘Gaiama’ together: a simple, pure way to connect our hearts with one another and with the Earth. It is a moving moment. Everyone brings their own unique perspective, shaped by their personal journeys and the social realities of their homelands.
The golden thread running through every reflection is gratitude and a profound sense of belonging—the awareness of being rooted in place and community. I sense that as a group, we have formed a fertile human mycelium, a finely woven network in which the transition toward bioregional living and working can tangibly take root and sprout.
Sadly, Davida and Melissa have to leave us early; everyday life is calling them back. We say our goodbyes, promising to meet again during the online gatherings of the Design School for Regenerating Earth, which brought us all together here.
Dreaming of Weaving Threads and Roots
We round off the evening at the generous dinner buffet and retire, contented, to the cool calm of our hotel rooms. After posting my blog online, I drift off to sleep embraced by the comforting feeling of being part of a worldwide family.
In my sleep, I dream of roots and subterranean mycelial threads. Living strands that connect us across continents, nourishing us and lending us resilience. And I feel our shared calling so clearly: to provide that same foundation and rootedness for the landscape, the trees, and the plants around us, so that they too have a true place to belong. Creating oases wherever we are in the world, where flora and fauna feel at home, find rest, heal, and flourish.
Spelen in het zand en helend water
English: scroll down Als ik wakker word, zijn mijn tentgenotes al op. Het kamp baadt nog in volkomen rust. Zachtjes sta ik op; in de verte zie ik mijn drie metgezellen ieder in een andere richting naar de horizon wandelen. Die gloeit al zacht oranje: de belofte van...
Zand, zout en een race tegen de donder in de Sahara
English: scroll down Ochtendcomfort en zoute lippen De dag begint met onverwachte luxe: een douche met voldoende waterdruk, warm water en doortrekkende toiletten met een bril. Maar zodra ik naar buiten stap, merk ik dat mijn lippen direct zout smaken. Het voelt...
‘Mon ami nouveau’ in de woestijn in Tunesië
English: scroll down Als ik mijn ogen open, zie ik dat Mieke en Youssef al op zijn. Het is zonnig weer hoewel de binnenplaats nog in de schaduw ligt. We gaan vandaag naar de woestijn, twee nachten in de Sahara doorbrengen. Annelieke had dit ons al verklapt en ze...




