Selecteer een pagina

English: scroll down

Na de meanderende beekdalen van de Drentse Aa, arriveer ik in het jongste land van Nederland: Flevoland. Vijf meter onder de zeespiegel, op de zware, ongekend vruchtbare kleibodem van wat ooit de Zuiderzee was, ligt een polder die in krap zeven generaties uit het water is gestampt. De landbouwgrond is zo vruchtbaar, dat het het dubbele kost van de grond in andere delen van ons land.

Flevoland is het ultieme monument van de menselijke maakbaarheidsgedachte. Maar zoals ik op mijn reis steeds weer ontdek: een strak ingetekend landschap mist vaak nog een ziel. En precies op die grens, waar de gortdroge polderklei zoekt naar haar identiteit, ontmoet ik Daan Schieman en zijn vrouw Ilsemarisol op hun kavel in Oosterwold.

De boer die in slaap viel in het ritme van de boerderij

Daan ontvangt me met een schaal pruimen uit eigen tuin. Terwijl we aan de keukentafel zitten, met het heerlijke, tikkeltje ‘kamperende’ pioniersgevoel dat bij het bouwen van een eigen huis hoort, ontvouwt zich een levensverhaal dat leest als een zoektocht naar wat de mens ten diepste vitaal maakt.

“Op papier ben ik boer,” lacht Daan. Hij rondde de biologisch-dynamische landbouwopleiding af, maar tijdens een vervangende dienst op Texel ontdekte hij iets cruciaals over zichzelf: “Ik viel in slaap in het ritme van de boerderij. Ik had de aarde, de planten en de dieren leren kennen, maar ik ontdekte dat ik met de méns aan de slag wilde.”

Na een zware persoonlijke crisis, wat hij achteraf zijn ‘zielenuniversiteit’ noemt, probeerde hij geneeskunde om arts en psychiater te worden, timmerde hij twee jaar aan de ambachtelijke reconstructie van de Batavia op de werf in Lelystad, en belandde hij via een uitzendbureau in het hart van de farmaceutische industrie.

Daar, verantwoordelijk voor de arbeidsomstandigheden en het milieu van een chemisch concern, zag hij het menselijk gedrag scherp. Zodra hij over de afdeling liep, ging iedereen ‘hun best doen’ om aan de regels te voldoen. Behalve een paar mensen: die zorgden van nature goed voor zichzelf, hun kwaliteit en hun werkplek. Toen hij hen vroeg waaróm ze dat deden, zeiden ze: “Het is mijn werk, hier ben ik trots op.” Het werd Daans levensmissie: mensen coachen naar díé plek waarvan ze vanuit intrinsieke motivatie kunnen zeggen: dit is mijn werk.

Diamanten slijp je alleen met diamanten

Na jaren van ondernemerschap, waarin hij onder meer re-integratiebureau Mijn Werk oprichtte, met multiprobleemgezinnen werkte én advocaten op de Zuidas coachte, gebruikt Daan een prachtige metafoor voor de menselijke ontwikkeling: “Ieder mens is in wezen een ruwe diamant. Maar een diamant kun je alleen slijpen met een ándere diamant. Als je goed op elkaar bent afgestemd, word je allebei briljanter in wie je in wezen al bent.”

In 1995 kwam Daan naar de polder. Ondanks de schraalheid van de nieuwbouwwijken voelde hij zich er meteen thuis vanwege de ongekende pioniersmogelijkheden. Flevoland is opgebouwd uit mensen afkomstig uit elf provincies én inmiddels 187 verschillende nationaliteiten. Een smeltkroes die continu zoekt naar haar eigen, nieuwe cultuur.

Een organische mestbult met erachter de boerderij van de filosofische boer die zijn loods beschikbaar stelt voor een jaarfestival.

Een deel van het stroomgebied van de Oude Eem: hier mag niet gebouwd worden. De koeien kunnen er lekker grazen.

Flevoland als één groot Living lab: Vital Valley

Nu woont hij met Ilsemarisol in Oosterwold, een van de meest radicale en experimentele stadsvernieuwingsgebieden ter wereld. Hier ontwerpen burgers hun eigen wijk, bouwen ze zelf hun huizen en verrichten ze stadslandbouw. Oosterwold trekt een bijzonder slag mensen aan: pioniers, creatievelingen en ondernemers. Maar zoals in elk pioniersgebied schuurt de praktijk van de leefwereld soms hard met de starre kaders van de systeemwereld.

Oosterwold kenmerkt zich door de enorme initiatiefkracht van de inwoners. Zo is het projectplan Dorpshuis Oosterwold ontwikkeld; een buurtorganisatie en dorpshuis voor Oosterwold: van, voor en door bewoners van een zelfredzame wijk. En loopt er parallel hier aan het initiatief Oosterwold in Overvloed; de ambitie om te komen tot een gebiedscoöperatie waarin alle stakeholders (overheden, projectontwikkelaars, ondernemers en inwoners) optimaal samenwerken om te komen tot een vitale en toekomstbestendige gebiedsontwikkeling.

Daans droom overstijgt deze gebiedsgrens. Onder de noemer Vital Valley zet hij zich in om Flevoland te transformeren tot hèt wereldwijde expertisecentrum voor breed gedragen vitaliteit. Niet zomaar een blue zone, maar een living lab waar onderzocht wordt hoe de mens in vitale harmonie kan samenleven met de aarde, het water, de planten, de dieren, zichzelf en elkaar. Geïnspireerd door Antoine de Saint-Exupéry (“Wanneer je een schip wilt gaan bouwen, breng dan geen mensen bij elkaar om hout aan te slepen, werktekeningen te maken en het werk te verdelen, maar leer de mensen verlangen naar de eindeloze zee.”) vraagt Daan zich af: wat is de eindeloze zee van Flevoland?

De Oereem: prehistorische buren!

Als we bespreken wat we beiden doen in onze eigen regio’s, herkennen we ontzettend veel. En wat nog mooier is: in de prehistorie stroomde de Eem, de Oereem genaamd, kronkelend door wat nu Oosterwold is! De zeespiegel lag destijds veel lager en het land hoger, waardoor dit deel droog lag. Dat schept direct een diepe band: eigenlijk hoort dit deel van de Flevopolder van oudsher bij de Eemvallei. Een logischer fundament om als buurregio’s samen te werken is er simpelweg niet.

Daan neemt me mee op de fiets door de wijk. We komen langs een buurtkraam waar overtollige oogst uit de tuinen wordt verkocht. Even verderop ligt een weiland dat niet bebouwd mag worden. “Dit is archeologisch gebied,” vertelt Daan, “hier stroomde de Oereem!”

Ik ben op slag gefascineerd: het oude beekdal ligt hier als een onaanraakbaar relict in het landschap. Dat betekent dat we zelfs de bedding van de Oereem zouden kunnen opnemen in onze wandelactie om de Eem van monding naar bron te lopen. Geïnspireerd door Li An Phoa, die op 3 september naar Amersfoort komt.

Van filosoof tot boer 

We fietsen verder en komen bij een boer, die niet alleen een architectonisch hoogstandje boerderij heeft, maar ook eerst filosofie studeerde en daarna biologische boer is geworden en echte mest gebruikt, te zien aan de mestbult die langs de weg ligt. Deze boer stelt ook zijn loods één keer per jaar open voor alle mede-dorpelingen (zo zien de Oosterwolders zichzelf, ook al horen ze bij de stad Almere) voor een groot festival met muziek. Er kunnen zeker driehonderd mensen in de stal, zie ik als we naar binnen lopen. Wat gigantisch groot!

Direct daarnaast ligt een winkel van biologische supermarkt Odin. Ik feliciteer Daan met zo’n mooie voorziening om de hoek. “Mensen komen vanuit heel Almere-Stad hier naartoe voor hun boodschappen, maar wij kunnen er gewoon naartoe lopen!” lacht hij. In de hoek van de supermarkt laat hij me een gezellig cafeetje zien, waar de dame achter de koffiebar ons meteen vriendelijk begroet.

De enorme loods waar het jaarfestival plaatsvindt. Daan laat zien hoeveel mensen er in kunnen. Alle machineriën gaan er dan uit.

We vervolgen onze fietstocht langs kavels met knusse chaletjes en uiteenlopende tiny houses. “Mensen mogen hier helemaal zelf weten hoe en wat ze bouwen,” licht Daan toe. “Sommige mensen vinden die diversiteit maar niks, maar anderen vinden het geweldig. Het past precies bij de pioniersmentaliteit van deze plek.”

Berenklauw als varkenslekkernij

Ik zie een variatie van tuinen ‘in aanleg’ en prachtig verzorgde tuinen. Wat een variëteit! Er vliegen zwaluwen langs. Daan vertelt dat er veel verschillende vogels zijn. Hij wijst naar een torenvalk die in de lucht zweeft, op zoek naar een muis. Op een kavel vol met berenklauw lopen een paar knorrende, zwarte varkens met hun snuit in de grond te wroeten, terwijl één van de varkens een stuk berenklauw in zijn bek heeft. ‘Er is hier een buurman die deze bosvarkens speciaal fokt om de Bereklauw te bestrijden. De Berenklauw rukt overal op en overwoekert de andere vegetatie. Dus daarom laten ze de varkens rondlopen, die eten de berenklauw op want dat vinden ze heerlijk!’, vertelt Daan.

Linksboven: een huis in een kas
Rechtsboven: een netjes aangelegde tuin voor een chalet
Onder: Een tijdelijke woning, een bungalow op de voorgrond en links een villa.
Rechts: Het UFO-huis.

In een nieuw straatje stoppen we bij een bijzonder huis in de vorm van een reusachtige paddenstoel. Kabouter Spillebeen is nergens te bekennen; in plaats daarvan komt een vriendelijke jongen met zijn hond aanlopen, die me toestemming geeft om een foto van zijn UFO-huis te maken. Het was namelijk een UFO en geen paddenstoel! De hond is minder gecharmeerd, die blaft boos dat we weg moeten gaan.

Terwijl we het rondje afmaken, legt Daan uit hoe de wijk georganiseerd is: elke straat vormt een eigen kavelwegvereniging die gezamenlijk verantwoordelijk is voor de aanleg en het onderhoud van haar straat. De leefwereld is hier aan het stuur.

De spiegel voor mijn eigen reis

Wanneer ik na ons gesprek de kavel van Daan en Ilsemarisol afrijd, laat ik de indrukken van Flevoland op me inwerken. Een inspirerend boek én een metaforische diamant rijker keer ik huiswaarts.

Waar de Drentse Aa me leerde meanderen en meebewegen met de stroom, laat Flevoland zien wat er gebeurt als je een landschap met een liniaal uit het water trekt. Zonder de verankering van intrinsieke motivatie en menselijke ziel blijft zelfs de rijkste polderklei een lege huls. Dat de prehistorische Oereem hier, ondanks dat hij er niet meer stroomt, nog altijd een stempel op het landschap drukt, maakt dat de Oosterwolders zich gevoelsmatig ook Eemvalleibewoners voelen. Het geeft dit jonge land een onvermoede historische diepte. Niet voor niets heet het buurthuis ‘De Groene Eem’, is er een kronkelend fietspad over de oude rivierbedding genaamd ‘Eemvallei’, en een parkeerplaats met dezelfde naam.

Linksboven: de Eem in ongeveer 8000 v. Chr. toen de Swifterbanders, jagers/verzamelaars, woonden aan de oevers van de Eem. 

Rechtsboven: Het gebied rond 6500 v. Chr. toen de Noordzee, de Doggersbank en daarmee ook de Zuiderzee volliep met water ten gevolge van een tsunami, omdat er een berg afbrak in Noorwegen. 

Bron: EARTH-Integrated-Archaeology-Rapporten-100-Almere-Oosterwold_incl-kavel-K-eindversie

Laatste stop en vervolg

Op plekken als Oosterwold, waar pioniers elkaar als diamanten slijpen en de systeemwereld weer dienstbaar mag worden aan de leefwereld, begint Flevoland eindelijk te ademen. Het is een waardige, inspirerende laatste stop op mijn reis door het Nederlandse landschap.

Hiermee sluit ik mijn rondreis door de North Sea Delta af. Maar dit is pas het begin: het smaakt absoluut naar meer. Ik neem me voor om de komende weken door te reizen door mijn eigen leefgebied, en ik start, jawel, bij de prehistorische monding van de Eem, hier in Oosterwold. Na een korte vakantie ga ik weer verder met verslagleggen.

En van 17 tot 24 september staat de volgende grote stap op het programma: een bioregionale inspiratiereis door Tunesië! Houd mijn tijdlijn in de gaten om niets te missen!

Eemmeer met op de voorgrond het eiland ‘De Dode Hond’. Bron: Wikipedia Commons.

(het leek me beter om op de snelweg maar niet even stil te gaan staan om zelf een foto te maken .😁)

* – * – *

This is the English version of this article:

The Moldable Polder and the Soul of the Diamond: Meeting Daan Schieman in Oosterwold

After the meandering stream valleys of the Drentse Aa, I arrive in the youngest land in the Netherlands: Flevoland. Five meters below sea level, built upon the heavy, extraordinarily fertile clay soil of what was once the Zuiderzee, lies a polder raised from the water in barely seven generations. The agricultural land here is so rich that it costs double the price of land in other parts of our country.

Flevoland is the ultimate monument to the human belief in a shapeable world (maakbaarheidsgedachte). But as I discover time and again on my journey: a neatly mapped landscape often lacks a soul. And precisely on that threshold, where the bone-dry polder clay searches for its identity, I meet Daan Schieman and his wife Ilsemarisol on their plot in Oosterwold.

The Farmer Who Fell Asleep to the Rhythm of the Farm

Daan welcomes me with a bowl of plums from his own garden. As we sit at the kitchen table—surrounded by that wonderful, slightly ‘camping-like’ pioneer spirit that comes with building your own home—a life story unfolds that reads like a quest for what makes human beings profoundly vital.

“On paper, I’m a farmer,” Daan laughs. He completed his degree in biodynamic agriculture, but during a stint of alternative civil service on Texel, he discovered something crucial about himself: “I fell asleep to the rhythm of the farm. I had gotten to know the earth, the plants, and the animals, but I realised I wanted to work with people.”

Following a severe personal crisis—what he now calls his ‘soul university’—he pursued medicine to become a doctor and psychiatrist, spent two years doing traditional woodworking on the reconstruction of the historical ship Batavia at the Lelystad shipyard, and eventually landed in the heart of the pharmaceutical industry through a temp agency.

There, responsible for health, safety, and environmental conditions at a chemical enterprise, he observed human behaviour with sharp clarity. Whenever he walked onto the floor, everyone would ’try their best’ to follow the rules. Except for a select few: those who naturally took good care of themselves, their craftsmanship, and their workspace. When he asked them why they worked that way, they replied: “It’s my work, and I take pride in it.” That became Daan’s life mission: coaching people toward the very place where they can say, from intrinsic motivation: this is my work.

Diamonds Can Only Be Polished with Other Diamonds

After years of entrepreneurship—during which he founded the reintegration agency Mijn Werk (‘My Work’), worked with multi-problem families, and coached lawyers on Amsterdam’s Zuidas business district—Daan uses a beautiful metaphor for human development: “Every human being is essentially a rough diamond. But a diamond can only be polished by another diamond. When you are truly attuned to one another, you both become more brilliant in who you essentially already are.”

In 1995, Daan came to the polder. Despite the austerity of the newly built neighbourhoods, he immediately felt at home because of the unprecedented pioneer opportunities. Flevoland has been built by people hailing from eleven different provinces and currently encompasses 187 nationalities—a melting pot continuously searching for its own new culture.

Flevoland as One Large Living Lab: Vital Valley

Now he lives with Ilsemarisol in Oosterwold, one of the most radical and experimental urban development areas in the world. Here, citizens design their own neighbourhood, build their own homes, and practice urban agriculture. Oosterwold attracts a special breed of people: pioneers, creatives, and entrepreneurs. Yet, as in any pioneering territory, the reality of the lived-in world sometimes grates against the rigid frameworks of the system world.

Oosterwold is defined by the immense initiative of its residents. For instance, the Dorpshuis Oosterwold (Oosterwold Community Centre) project plan was developed—a neighbourhood organisation and community hub created by, for, and of the residents of a self-reliant district. Running parallel to this is the Oosterwold in Overvloed (‘Oosterwold in Abundance’) initiative: the ambition to establish a regional cooperative where all stakeholders (local authorities, developers, entrepreneurs, and residents) collaborate seamlessly to build a vital and future-proof regional development.

Daan’s dream transcends these regional boundaries. Under the banner of Vital Valley, he is dedicated to transforming Flevoland into the global expertise centre for broad-based vitality. Not just another ‘blue zone’, but a living lab dedicated to researching how humanity can live in vital harmony with the earth, the water, the plants, the animals, ourselves, and each other. Inspired by Antoine de Saint-Exupéry (“If you want to build a ship, don’t drum up people to collect wood, divide the work, and give orders. Instead, teach them to yearn for the vast and endless sea.”), Daan asks: What is the endless sea of Flevoland?

The Primaeval Eem: Prehistoric Neighbours!

As we share what we are doing in our respective regions, we recognise so many parallels. And what makes it even more wonderful: in prehistoric times, the river Eem—then called the Oereem (Primaeval Eem)—meandered directly through what is now Oosterwold! At the time, the sea level was much lower and the land higher, keeping this area dry. That creates an instant, deep connection: historically, this part of the Flevopolder actually belongs to the Eem Valley. There couldn’t be a more natural foundation for neighbouring regions to collaborate.

Daan takes me on a bike ride through the district. We pass a neighbourhood roadside stall selling surplus harvest from local gardens. A little further along lies a meadow where no construction is permitted. “This is an archaeological heritage site,” Daan tells me, “this is where the Primaeval Eem once flowed!”

I am instantly fascinated: the ancient river valley remains here as an untouched relic in the landscape. This means we could even include the riverbed of the Primaeval Eem in our walking campaign to trace the Eem from mouth to source—inspired by Li An Phoa, who is visiting Amersfoort on September 3rd.

From Philosopher to Farmer

We cycle onward and arrive at a farm that is not only an architectural masterpiece, but is run by a farmer who first studied philosophy before becoming an organic farmer. He uses real manure, as evidenced by the steaming pile along the roadside. Once a year, this farmer opens his massive barn to all fellow villagers (which is how Oosterwolders view themselves, even though they officially belong to the city of Almere) for a large music festival. Stepping inside, I see that the barn can easily fit three hundred people. It’s colossal!

Right next door is an Odin organic supermarket. I congratulate Daan on having such a great amenity so close to home. “People travel here all the way from Almere-Stad for their groceries, but we can just walk over!” he laughs. In the corner of the supermarket, he shows me a cosy café, where the barista greets us warmly right away.

We continue our bike tour past plots featuring cosy chalets and a wide variety of tiny houses. “People here are completely free to choose how and what they build,” Daan explains. “Some people dislike that lack of uniformity, but others love it. It fits the pioneering mindset of this place perfectly.”

Hogweed as a Pig’s Delicacy

I observe a colourful mix of gardens ‘under construction’ alongside beautifully manicured landscapes. What incredible variety! Swallows swoop past overhead. Daan mentions the rich birdlife here and points toward a kestrel hovering motionless in the sky, hunting for a mouse.

On a plot covered in giant hogweed (Heracleum), a few grunting black pigs are rooting through the dirt, one of them with a large stalk of hogweed clamped firmly in its mouth. “A neighbour nearby specifically breeds these forest pigs to combat the hogweed. The plant spreads rapidly and chokes out other vegetation. So they let the pigs roam free here—they gobble up the hogweed because they absolutely love it!” Daan shares.

In a new lane, we stop in front of a striking house shaped like a giant mushroom. Gnome Spillebeen is nowhere to be found; instead, a friendly young guy walks up with his dog and permits me to take a picture of his UFO house. As it turns out, it was designed as a UFO, not a mushroom! The dog is less impressed, barking crossly to signal that we should be on our way.

As we finish our loop, Daan explains how the district is organised: every street forms its own plot-road association (kavelwegvereniging), jointly responsible for constructing and maintaining their road and utility connections. Here, the lived-in world is truly in the driver’s seat.

The Mirror for My Own Journey

As I drive off Daan and Ilsemarisol’s plot after our conversation, I let the impressions of Flevoland sink in. Richer by an inspiring book and a metaphorical diamond, I head home.

Where the Drentse Aa taught me to meander and flow with the current, Flevoland demonstrates what happens when you pull a landscape out of the water with a ruler. Without the grounding of intrinsic motivation and human soul, even the richest polder clay remains an empty shell. The fact that the prehistoric Primaeval Eem still leaves its mark on this landscape makes the residents of Oosterwold feel connected to the Eem Valley in their hearts. It gives this young land an unexpected historical depth. It is no coincidence that the local community centre is named ‘De Groene Eem’ (‘The Green Eem’), that a winding bike path across the old riverbed is named ‘Eemvallei’, and that a local parking area bears the same name.

Final Stop and What Comes Next

In places like Oosterwold, where pioneers polish one another like diamonds, and the system world becomes servant once more to the lived-in world, Flevoland finally begins to breathe. It is a worthy, deeply inspiring final stop on my journey through the Dutch landscape.

With this, I conclude my tour through the North Sea Delta. But this is only the beginning: it leaves me hungry for more. I plan to spend the coming weeks travelling through my own home region, starting—naturally—at the prehistoric mouth of the Eem right here in Oosterwold.

After a short break, I will resume my field reports. And from September 17 to September 24, the next major chapter awaits: a bioregional inspiration journey through Tunisia! Keep an eye on my feed so you don’t miss a thing!