Selecteer een pagina

English: scroll down

Na een frisse douche en een poging tot het koken van mijn eitjes, wat mislukt door de wind, is het tijd om in te pakken. De vrije dag is voorbij en ik moet weer een prachtige plek verlaten. Pean Buiten is een mooie plek, heb ik besloten.

Ook hier pioniersbeplanting

De beplanting met inheemse vaste planten, pioniersstruiken en -bomen geeft aan dat ook hier sprake is van een verdichte bodem. Naast de planten doen ook de muizen hun uiterste best om de grond losser te maken: het grasveld om onze weidelodge zit helemaal vol met muizengangen. Dat leidt ertoe dat mijn hond als een gek aan het graven is om zo’n muis te pakken te krijgen. Maar die zitten natuurlijk al lang en breed diep en veilig in hun holletjes. Een paar Friese paarden (Fryske hynders) staan in de wei naast ons toe te kijken. Ze lijken zich hardop af te vragen waarom mijn hond zich zo druk maakt, terwijl zij rustig doorgrazen. De Friese paarden herken je meteen aan hun volle manen, lange staarten en de behangen benen (de lange sokken bij de kootjes).

Mijn man vertrekt met de hondjes weer huiswaarts, en ik ga aan het werk in de stal. Waar ooit de koeien stonden, is nu een hele leuke ’treinzit’ gemaakt. Ik werk hier rustig terwijl ik wacht op mijn afspraak met Jan Æsge Stienstra, die zich in Friesland bezighoudt met de regionale transitie.

De Greidhoeke, een eeuwenoud terpen- en weidelandschap

Tijdens het wachten verdiep ik me alvast in de kernelementen van dit gebied. De Greidhoeke (officieel de Friese benaming voor ‘weidehoek’) is het karakteristieke, eeuwenoude terpen- en weidelandschap dat ligt tussen de steden Leeuwarden, Sneek, Franeker en Bolsward. Het dorp Goutum, waar Jan Æsge woont, en Weidum, waar ik heb overnacht, vormen de oostelijke rand van dit bijzondere cultuurlandschap.

Zoals zoveel gebieden in Nederland werd ook de Greidhoeke vroeger regelmatig overstroomd door de zee—destijds de Middelzee, die ooit vlak langs Goutum en Weidum stroomde. Die zee heeft een dikke, uiterst vruchtbare laag zeeklei achtergelaten. Omdat de zware kleibodem te nat en stug was voor veel soorten akkerbouw, werd de Greidhoeke hét domein van het grasland (de greide). Het gebied staat van oudsher bekend om veeteelt, de beroemde Friese stamboekkoeien en hoogwaardige kaas- en boterproductie. Om al die melk en landbouwproducten per schip naar de steden te vervoeren (zoals naar de markt in Leeuwarden), werd het landschap doorkruist met een fijnmazig netwerk van smalle vaarten.

De dorpen in deze streek zijn gebouwd op terpen: kunstmatige verhogingen die de bewoners droge voeten garandeerden bij overstromingen. Dorpen zoals Weidum en het nabijgelegen Mantgum of Bears zijn klassieke voorbeelden van terpdorpen, met hun karakteristieke dorpskerken op het hoogste punt.

Broedgebied voor weidevogels

Zowel zittend voor mijn weidelodge als van binnenuit door de grote ramen valt me op hoeveel verschillende vogels hier rondvliegen. De Greidhoeke staat bekend als een van de belangrijkste broedgebieden voor weidevogels in Nederland, met name voor de grutto (skriek), de kievit en de tureluur. De kieviten zag ik al in de wei staan, met al hun snavels keurig dezelfde kant op gericht, neus in de wind. De grutto en tureluur heb ik helaas nog niet gespot, maar wel zwaluwen, kraaien, ganzen, meeuwen (die hier gelukkig een stuk rustiger zijn dan in Den Haag!) en een buizerd. Niet alleen mijn hond was op muizenjacht, ook de buizerd deed een poging. Hij hing prachtig ‘biddend’ stil op één plek in de lucht: snel klappende vleugels, de staart wijdgespreid en de kop strak naar beneden gericht om beweging in het gras te spotten.

Door de schaalvergroting in de landbouw staat dit natuurlijke weidelandschap flink onder druk. Maar in de driehoek rond Weidum, Mantgum en Bears zetten veel collectieven en boeren zich gelukkig actief in voor kruidenrijk grasland en een hoger waterpeil om de weidevogels te behouden. Ik ben heel benieuwd wat Jan Æsge mij dadelijk gaat vertellen over de toekomst van dit prachtige gebied!

Onderweg rij ik door Wirdum en zie dat de kerk inderdaad hoger ligt, de straat ernaartoe is een lichte helling. Ook de kerk in Groutum ligt op een terp. Al snel ben ik bij het huis van Jan Æsge in it Grien (het groen). En dat is het: hij heeft veel bomen om zijn huis heen, in tegenstelling tot de omgeving waar maar beperkt bomen zijn geplant. We nemen plaats in de tuin, waar hij al met Albert-Jan was gaan zitten. Ik krijg een kop thee, waar op tafel een vlinder ligt die net door Jan Æsge is gered.

In gesprek met Jan Æsge: Van eeuwenoude handelsgeest tot de transitie van nu

Eén ding is zeker: Jan Æsge kan goed vertellen. Wat me direct opvalt is zijn betrokkenheid bij zijn gebied én zijn kennis van de historie van zijn plek. Dat maakt dat hij ook beter kan inschatten wat er nodig is.

Jan Æsge woont zelf sinds acht jaar in een kleinschalig, ruim opgezet nieuwbouwbuurtje in Goutum. Als zoon van een architect heeft hij het bouwen in zijn bloed. Hij liet zijn eigen woning destijds casco opleveren en heeft het na een lastige periode helemaal zelf met de hand afgebouwd. Vanaf zijn erf kijk je uit op ‘de Hem’, een historisch slagenlandschap met een verfijnd micro-slotenpatroon. Een plek waar plannen waren voor grote nieuwbouwwijken, maar plaatselijke en landelijke actiegroepen, inclusief de Staten-Generaal en de Provinciale Staten, hebben zich met succes ingezet om dit unieke stukje landschap te beschermen.

De weg in Wirdum naar de kerk loopt omhoog.

De verhoogde kerk in Wirdum.

De verhoogde kerk in Goutum.

De vlinder die op de tafel ligt bij te komen.

Zeelui, handelaren en de ‘Friese Vrijheid’

Wat volgt is een fascinerend verhaal over de ziel van Friesland. Jan Æsge neemt ons mee terug in de tijd. De Friezen waren van oudsher zeelui en handelaren. Hun invloed reikte door de hele delta, van Engeland tot Denemarken en de Hanzesteden. Door de eeuwen heen wisten de Friezen hun ‘Friese Vrijheid’ te behouden, tot de opkomst van centrale registers, de monarchie en belastingdruk in de latere eeuwen die vrijheid langzaam inperkten. Doordat de nadruk van oudsher op handel en vee lag, zien we in het moderne Friese landschap soms een doorgeslagen monocultuur. In tegenstelling tot de meer beschutte, Saksische landschappen (zoals in Drenthe), staan koeien en paarden hier vaak in kale weilanden zonder bomen of hagen. Daar ligt precies de uitdaging voor de huidige transitie: het landschap weer verbinden met struweelhagen, bomen en regeneratieve landbouw, zonder de historie uit het oog te verliezen.

Verbinding en korte ketens

Wat het gesprek extra bijzonder maakt, is de voelbare onderlinge band. Jan Æsge en Albert-Jan kwamen elkaar ooit tegen bij een drumcirkel en voelden direct een klik die inmiddels voelt als gekozen familie.

Die kracht van verbinding zie je ook terug in de lokale initiatieven die in deze regio ontstaan. Neem het verhaal van Janco Heida, die ooit De Streekboer begon om de afstand tussen boer en consument te verkleinen. Hoewel die consumententak het niet redde, is het idee doorontwikkeld naar Boer & Chef: een hele succesvolle B2B-groothandel die een eerlijke prijs garandeert voor zowel de lokale boer als de afnemer.

Het laat precies zien hoe verandering werkt: het gaat met vallen en opstaan, maar door vol te houden en de juiste ’taal’ te spreken, ontstaan er duurzame structuren die de regio écht verder helpen!

Dan is het tijd om een rit te maken door het gebied Middelzee.

De adem van de Middelsee en wijsheid van de geboortegrond

Onderweg van Goutum naar de zeedijk doorkruisen we het historische stroomgebied van de Middelsee. We steken de Zwette over: de aloude, natuurlijke slenk die vroeger de rechtstreekse vaarverbinding vormde tussen de wilde zee, Leeuwarden, Sneek en Bolsward.

Overal om ons heen zie je hoe de mens het water naar zijn hand heeft gezet. We rijden langs de Dairy Campus, waar honderden koeien lopen op proefbedrijven, en langs opslagterreinen vol drainagepijpen. “Kijk,” wijst Jan Æsge, “om die pijpen wikkelen ze balen vezelhennep. Hennep trekt water aan als een spons. Toen ze vroeger al die karakteristieke poldergreppels dichtgooiden voor schaalvergroting, moesten ze het land wel kunstmatig gaan draineren.” Het illustreert precies de spagaat van de moderne landbouw: een probleem creëren en dat vervolgens mechanisch proberen op te lossen.

Het voedselbos ‘Oerfloed’

Het ecodorp met in de achtergrond een dome.

We steken de voormalige Middelsee over richting Marsum, Engelum en Minnertsga. Jan Æsge legt uit dat dit vroeger eigenlijk een eiland was in de zee. In de middeleeuwen polderden monniken (zoals van het klooster Mariëngaarde uit 1100-1300) de Middelsee in. Na de Beeldenstorm verjoegen de Geuzen de monniken en verdeelden de rijke herenboeren en adel (zoals de Cammingha’s) de grond.

Jan Æsge laat een perceel zien waar recent de oude poldergreppels (micro-sloten) zijn platgewalst voor schaalvergroting. Hierdoor verdwijnen de insecten en verhongeren de weidevogels. Hij noemt ter contrast een boer bij Sint Annaparochie die na 400 koeien in Canada te hebben gehad, nu kleinschalig boert met 30 koeien op compoststro. Die warmte benut hij en de compost verkoopt hij aan buren om humus in de bodem terug te brengen.

De vaart in Olde Leije

Een karakteristieke woning met een uilenbord (in het Fries: ûleboerd) bovenaan de gevel.

Geboortedorp Olde Leije

We slaan af richting Olde Leije, het geboortedorp van Jan Æsge. Het contrast met het open polderland kan niet groter zijn. Waar de waaiende vlaktes in de winter meedogenloos kunnen voelen, bieden de Friese terpdorpen juist een geborgen knusheid, vertelt Albert-Jan, de Friezen noemen dat zo mooi smoak. Oude dorpsvaarten, hoge bomen en monumentale gevels omarmen je zodra je binnenrijdt.

Bij een prachtig huis, steen voor steen opgebouwd door zijn vader, maken we een tussenstop. De poort naar de binnentuin is gedeeltelijk opgetrokken met oude kloostermoppen (stenen), die zijn vader gevonden heeft op de oude plek van het Mariëngaarder klooster. Jan Æsge’s ouders heten ons hartelijk welkom. Terwijl we in de tuin praten over mijn reis door de verschillende Nederlandse regio’s, ontstaat er een prachtig gesprek over de droogte en de bodem. Zijn vader deelt een stukje pure, aloude plattelandswijsheid:

“Sproeien met kraanwater moet je bij droogte niet doen. Daarmee sla je de fijne structuur van de bovenlaag dicht en maak je het gewas lui. Je moet de bovenste grondlaag gewoon licht schoffelen en bedekken; zo houd je het vocht diep in de bodem vast.”

Het is een treffende les die naadloos aansluit bij alles wat ik deze week leer over regeneratieve landbouw: werken met de natuur en de bodem, in plaats van ertegenin!

Een tocht langs slapers, terpen en de rimpelende Waddenzee

Jan Æsge neemt ons mee in de auto voor een rit door het noorden van Friesland. Zodra we de oude dijken oprijden, zie je de gelaagdheid van de geschiedenis. We doorkruisen de ene na de andere ‘slaper’ (oude binnendijken): van de Mareedijk uit het jaar 1000, langs Olde Leije (1300), tot Oude Bildtzijl (1500).

“In Friesland vind je niet snel een protserige cabrio voor de deur,” lacht Albert-Jan. “Onze status zit in een mooie houten praam of een Fries paard.” Het water doorkruist hier alles; bijna elk dorpje had van oudsher een eigen vaart om zich per praam te verplaatsen.

Als we de deltadijk bij de Waddenzee op klimmen, ruik je meteen de zilte zeelucht. Het uitzicht is adembenemend. In de verte zie je de contouren van Ameland (de vuurtoren is goed te herkennen!), Schiermonnikoog en de oostpunt van Terschelling. Jan Æsge wijst naar het buitendijkse kwelderlandschap waar zomers kuddes paarden lopen om te socialiseren. Het herinnert direct aan het beroemde verhaal van de redding van de paarden van Marrum. De paarden stonden vast op een hoger gelegen deel door het stijgende zeewater. Drie meiden te paard wisten de ingesloten kudde naar de dijk te leiden.

Bouwen aan de kust van de toekomst

Op de dijk wordt ook de grote ecologische opgave van dit gebied voelbaar. Door bodemdaling en gaswinning klinkt de binnendijkse grond in, terwijl zilt grondwater van onderaf omhoog drukt. Jan Æsge schetst een fascinerend toekomstbeeld voor deze zeedijk:

“We moeten de deltadijk niet alleen verhogen, maar juist verbreden met humus en organisch materiaal. Of zelfs de zee gecontroleerd toelaten tussen de oude binnendijken, zodat vers slib weer nieuwe kleilagen vormt.”

Op die zilte, dynamische gronden ziet hij een enorme kans voor vezelhennep. Een gewas dat van oudsher bij het vrije volk van de Middelzee past. Hennep zuivert de bodem, slaat CO₂ op en levert grondstoffen voor biobased bouwmaterialen, textiel én duurzame brandstof uit de pitten.

Boven: uitzicht op de kustlijn, met het zilte gebied op de voorgrond en aan de horizon zie je de waddeneilanden Terschelling, Schiermonnikoog en Ameland.

Onder: zicht op de dijk met links de hoger gelegen aangeslibte zilte grond en rechts de ingeklonken, verdichte grond.

Wat mij deze dag het meest bijblijft, is hoe diepe historische kennis en praktische daadkracht hier samenkomen. Jan Æsge droomt niet alleen over transitie, maar stapt binnenkort zó op een kraan om zélf met de grond te gaan werken. Als ik de initiatieven vraag naar hun veranderstrategie, dan krijg ik mooie doordachte aanpakken. Maar Jan Æsge gaat gewoon de kraan op om bij boeren te werken en zo een relatie op te bouwen. Dat is pas echt ‘met de poten in de zeeklei’!

Dan zetten Jan Æsge en Albert-Jan mij af bij mijn auto en kan ik mijn weg vervolgen richting Veendam, waar ik om 20u verwacht wordt door Walter Nonnekes. Ik heb nog twee uur de tijd om alles van Jan Æsge mij heeft verteld, te verwerken onder het genot van een drankje en hapje in een lokaal caféetje. Dan ga ik op weg naar Veendam: daar zijn er weer nieuwe avonturen in de Veenkoloniën.

,* – * – *

This is the English version of this article:

Day 8: Feet in the sea clay — Jan Æsge’s historical lesson and transition vision

After a fresh shower and an attempt to boil my eggs—which failed due to the wind—it’s time to pack up. The day off is over, and once again I have to leave a beautiful spot behind. Pean Buiten is a lovely place, I’ve decided.

Pioneer planting here too

The planting of native perennials, pioneer shrubs, and trees indicates that the soil here is also compacted. Alongside the plants, the mice are doing their level best to loosen the ground: the lawn surrounding our meadow lodge is completely riddled with mouse burrows. This results in my dog digging like mad to catch one of those mice. But of course, they are already deep and safe in their little holes. A few Frisian horses (Fryske hynders) stand watching in the adjacent field. They seem to be wondering out loud why my dog is making such a fuss while they peacefully graze. You can recognise Frisian horses immediately by their full manes, long tails, and feathered legs (the long socks around the pasterns).

My husband sets off back home with the dogs, and I head to work in the barn. Where the cows once stood, a lovely train-style seating booth has now been built. I work here quietly while waiting for my appointment with Jan Æsge Stienstra, who works on regional transition in Fryslân.

The Greidhoeke, an ancient landscape of mounds and meadows

While waiting, I dive into the key elements of this area. The Greidhoeke (officially the Frisian term for ‘meadow corner’) is the characteristic, ancient landscape of dwelling mounds (terpen) and meadows situated between the cities of Leeuwarden, Sneek, Franeker, and Bolsward. The village of Goutum, where Jan Æsge lives, and Weidum, where I spent the night, form the eastern edge of this remarkable cultural landscape.

Like so many regions in the Netherlands, the Greidhoeke was regularly flooded by the sea in the past—specifically the Middelzee, which once flowed right past Goutum and Weidum. That sea left behind a thick, extremely fertile layer of sea clay. Because the heavy clay soil was too wet and stiff for many types of arable farming, the Greidhoeke became the ultimate domain of grassland (the greide). The area has long been known for livestock farming, the famous Frisian pedigree cattle, and high-quality cheese and butter production. To transport all that milk and agricultural produce by boat to the cities (such as the market in Leeuwarden), the landscape was crisscrossed with a fine network of narrow canals.

The villages in this region are built on terpen: artificial mounds that guaranteed the inhabitants dry feet during floods. Villages like Weidum and nearby Mantgum or Bears are classic examples of mound villages, with their characteristic village churches standing at the highest point.

Breeding ground for meadow birds

Sitting in front of my meadow lodge as well as looking out through the large windows, I am struck by how many different birds are flying around. The Greidhoeke is known as one of the most important breeding grounds for meadow birds in the Netherlands, particularly the black-tailed godwit (skriek), the lapwing, and the redshank. I already spotted the lapwings in the meadow, all their beaks neatly pointed in the same direction, faces to the wind. Unfortunately, I haven’t spotted the godwit or redshank yet, but I have seen swallows, crows, geese, seagulls (which are thankfully much quieter here than in The Hague!), and a buzzard. It wasn’t just my dog on a mouse hunt; the buzzard was having a go too. It hovered beautifully ‘hovering’ stock-still in one spot in the sky: rapidly beating wings, tail spread wide, and head locked downwards to spot movement in the grass.

Due to agricultural scaling, this natural meadow landscape is under severe pressure. Fortunately, in the triangle around Weidum, Mantgum, and Bears, many collectives and farmers are actively working on herb-rich grassland and higher water table management to preserve the meadow birds. I am very curious to hear what Jan Æsge is going to tell me shortly about the future of this beautiful area!

On the way, I drive through Wirdum and notice that the church is indeed situated higher up; the street leading to it is a gentle slope. The church in Goutum is also built on a mound. Soon, I arrive at Jan Æsge’s home in it Grien (the green). And green it is: he has plenty of trees surrounding his house, in contrast to the surrounding area where tree planting is limited. We take a seat in the garden, where he was already sitting with Albert-Jan. I am offered a cup of tea, next to a butterfly resting on the table that Jan Æsge has just rescued.

Conversation with Jan Æsge: From ancient trading spirit to present-day transition

One thing is certain: Jan Æsge is a great storyteller. What strikes me immediately is his dedication to his region and his knowledge of its history. This enables him to better assess what is truly needed.

Jan Æsge has lived in a small-scale, spacious new development in Goutum for eight years. As the son of an architect, building is in his blood. He had his own house delivered shell-only back then and finished building it entirely by hand after a tough period. From his yard, you look out over ‘de Hem’, a historic field-strip landscape (slagenlandschap) with a refined micro-ditching pattern. A location where there were plans for large new housing estates, but where Jan Æsge successfully campaigned to protect this unique piece of landscape.

Seafarers, traders, and ‘Frisian Freedom’

What follows is a fascinating story about the soul of Fryslân. Jan Æsge takes us back in time. The Frisians were historically seafarers and traders. Their influence spanned the entire delta, from England to Denmark and the Hanseatic cities. Throughout the centuries, the Frisians managed to maintain their ‘Frisian Freedom’, until the rise of central registries, the monarchy, and tax burdens gradually curtailed that freedom in later centuries. Because the focus had historically been on trade and cattle, we sometimes see an exaggerated monoculture in the modern Frisian landscape. Unlike the more sheltered, Saxon landscapes (such as in Drenthe), cows and horses here often stand in bare pastures without trees or hedges. That is precisely where the challenge for the current transition lies: reconnecting the landscape with hedgerows, trees, and regenerative agriculture, without losing sight of history.

Connection and short supply chains

What makes the conversation extra special is the palpable bond between them. Jan Æsge and Albert-Jan once met at a drum circle and felt an instant connection that now feels like chosen family.

You can also see that power of connection in the local initiatives emerging in this region. Take the story of Janko Haida, who once started De Streekboer to bridge the gap between farmer and consumer. Although that consumer branch didn’t survive, the idea evolved into Boer & Chef: a very successful B2B wholesaler that guarantees a fair price for both local farmers and buyers.

It shows exactly how change works: it happens through trial and error, but by persevering and speaking the right ‘language’, sustainable structures emerge that genuinely move the region forward!

Then it’s time to take a drive through the Middelzee area.

The breath of the Middelsee and wisdom of the native soil

On the way from Goutum to the sea dyke, we cross the historic catchment area of the Middelsee. We cross the Zwette: the ancient, natural creek that used to be the direct water connection between the wild sea, Leeuwarden, Sneek, and Bolsward.

All around us, you can see how humans have bent the water to their will. We drive past the Dairy Campus, where hundreds of cows graze on experimental farms, and past storage sites full of drainage pipes. “Look,” Jan Æsge points out, “they wrap bales of industrial hemp around those pipes. Hemp draws water like a sponge. When they filled in all those characteristic polder ditches for agricultural scaling back in the day, they had to start draining the land artificially.” It perfectly illustrates the dilemma of modern agriculture: creating a problem and then trying to solve it mechanically.

We cross the former Middelsee towards Marsum, Engelum, and Minnertsga. Jan Æsge explains that this used to be an island in the sea. In the Middle Ages, monks (such as those from Mariëngaarde monastery between 1100–1300) reclaimed the Middelsee. After the Iconoclasm (Beeldenstorm), the Sea Beggars (Geuzen) drove out the monks and divided the land among wealthy gentleman farmers and nobility (such as the Cammingha family).

Jan Æsge shows us a plot where the old polder ditches (micro-ditches) were recently flattened out for agricultural scaling. As a result, insects disappear and meadow birds starve. In contrast, he mentions a farmer near Sint Annaparochie who, after keeping 400 cows in Canada, now farms on a small scale with 30 cows on composted straw. He uses that heat and sells the compost to neighbours to return humus to the soil.

Home village Olde Leije

We turn off towards Olde Leije, Jan Æsge’s home village. The contrast with the open polder landscape couldn’t be greater. Where the windswept plains can feel unforgiving in winter, the Frisian mound villages offer a sense of sheltered cosiness—Albert-Jan tells us the Frisians beautifully call this smoak. Old village canals, tall trees, and historic gables embrace you the moment you drive in.

We make a stop at a beautiful house, built brick by brick by his father. The gate to the courtyard garden is partly built with old monastic bricks (kloostermoppen), which his father salvaged from an old monastery. Jan Æsge’s parents warmly welcome us. As we chat in the garden about my journey through different Dutch regions, a wonderful conversation develops about drought and the soil. His father shares a piece of pure, age-old rural wisdom:

“You shouldn’t water with tap water during a drought. It compacts the fine structure of the topsoil and makes the crop lazy. You should simply hoe the top layer of soil lightly and cover it; that way you trap the moisture deep in the ground.”

It is a striking lesson that aligns seamlessly with everything I’m learning this week about regenerative agriculture: working with nature and the soil, rather than against it!

A journey along sleeper dykes, mounds, and the rippling Wadden Sea

Jan Æsge takes us in the car for a drive through the north of Fryslân. As soon as we drive onto the old dykes, you can see the layers of history. We cross one ‘sleeper dyke’ (old inland dykes) after another: from the Mareedijk dating back to the year 1000, past Olde Leije (1300), to Oude Bildtzijl (1500).

“In Fryslân, you won’t easily find a flashy convertible parked outside,” Jan Æsge laughs. “Our status is in a nice wooden praam (flat-bottomed boat) or a Frisian horse.” Water intersects everything here; historically, almost every small village had its own canal to travel by boat.

As we climb the delta dyke by the Wadden Sea, you immediately smell the salty sea air. The view is breathtaking. In the distance, you can see the outlines of Ameland (the lighthouse is clearly recognisable!), Schiermonnikoog, and the eastern tip of Terschelling. Jan Æsge points to the salt marsh landscape outside the dyke where herds of horses graze in summer to socialise. It instantly recalls the famous story of the rescue of the horses of Marrum. The horses were trapped on a mound of higher ground due to rising sea levels. Three girls on horseback managed to lead the stranded herd back to the dyke.

Building the coast of the future

On the dyke, the massive ecological challenge facing this area also becomes tangible. Due to land subsidence and gas extraction, the inland ground is sinking, while saline groundwater presses up from below. Jan Æsge sketches a fascinating vision for the future of this sea dyke:

“We shouldn’t just heighten the delta dyke; we need to widen it with humus and organic material. Or even allow the sea controlled access between the old sleeper dykes, so fresh silt can form new layers of clay.”

On those salty, dynamic soils, he sees a huge opportunity for industrial hemp—a crop that historically suits the free spirit of the Middelzee people. Hemp purifies the soil, stores CO₂, and provides raw materials for bio-based building materials, textiles, and sustainable fuel from the seeds.

What stays with me most from this day is how deep historical knowledge and practical decisiveness come together here. Jan Æsge doesn’t just dream about transition; he will soon jump onto an excavator to work the soil himself. When I ask initiatives about their change strategy, I often get beautifully thought-out approaches. But Jan Æsge simply gets on the excavator to work alongside farmers and build relationships that way. Now that is truly getting your ‘feet in the clay’!

Then Jan Æsge and Albert-Jan drop me off at my car, and I can continue my journey towards Veendam, where I am expected at 8 pm by Walter Nonnekes. I have two hours left to process everything Jan Æsge has told me while enjoying a drink and a bite in a local café. Then I’ll be on my way to Veendam: ready for new adventures in the Veenkoloniën.